Plantaardige eiwitten

Ongeveer 60% van de eiwitinname in Nederland komt uit dierlijke bronnen en zo’n 40% uit plantaardige bronnen.

Een verschuiving in de richting naar een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon, conform (inter)nationale voedingsrichtlijnen, is bevorderlijk voor de gezondheid en duurzamer. Om die reden sturen diverse organisaties in Nederland aan op een transitie van de eiwitinname van 60% dierlijk, 40% plantaardig naar 40% dierlijk en 60% plantaardig. De zogenaamde eiwittransitie.

Favaboon

Favaboon

De favaboon (Vicia faba L.), beter bekend als de tuinboon of veldboon behoort tot de oudste gewassen ter wereld. Het is een belangrijke eiwitbron in de voeding in onder andere Noord- en Oost-Afrika, West- en Oost-Azië en het Midden-Oosten. Door het advies om meer plantaardig en minder dierlijk te eten is er vernieuwde aandacht gekomen voor de favaboon.

In het kort:

  • De favaboon is goed te verbouwen in Nederland. De beste inzaaiperiode is tussen half februari en eind maart, tussen half augustus en half september kan geoogst worden.
  • De favaboon is een peulvrucht. De Gezondheidsraad adviseert wekelijks peulvruchten te eten, omdat consumptie van peulvruchten leidt tot verlaging van het LDL-cholesterol.
  • Favabonen zijn voedzaam en bestaan – afhankelijk van onder andere ras en teeltomstandigheden – op basis van droog gewicht voor 20-41% uit eiwit en 51-68% uit koolhydraten, met name zetmeel.
  • Het aminozuurprofiel van de favaboon is vergelijkbaar met die van soja. Alleen het gehalte aan methionine en tryptofaan is lager dan in soja.
  • Favabonen kunnen na bereiding gegeten worden. Daarnaast kunnen zij bewerkt worden tot meel of tot eiwitconcentraat of isolaat, welke als ingrediënt in producten kan worden gebruikt.
  • Eiwitingrediënten afkomstig van de favaboon hebben de potentie om als schuim-, emulgeer- en geleermiddelen gebruikt te worden voor de productie van zuivel- en vleesalternatieven.
  • De favaboon bevat van nature zogenaamde anti-nutritionele factoren welke de biologische beschikbaarheid van eiwitten en mineralen negatief beïnvloeden. Het isoleren van fava-eiwit verhoogt de nutritionele waarde en biobeschikbaarheid.
  • Favabonen hebben, net als andere peulvruchten, een specifieke smaak die niet iedereen waardeert. De smaak van favabonen is door bepaalde bewerkingsmethoden te neutraliseren.

 

 

 

RuBisCo

RuBisCo

In de bladeren van planten, ook die van suikerbiet, bevindt zich het enzym Ribulose-1,5-bisphosphate carboxylase oxygenase, ook wel RuBisCo genoemd. Dit enzym is cruciaal voor de fotosynthese en is één van de meest voorkomende eiwitten op aarde. RuBisCo is interessant als plantaardige eiwitbron in de voeding en als functioneel ingrediënt. Cosun wint sinds 2019 op demoschaal RuBisCo-eiwit uit suikerbietenblad.

In het kort:

  • RuBisCo bevat een hoge hoeveelheid essentiële aminozuren. Dit in tegenstelling tot veel andere plantaardige eiwitten, waarbij de hoeveelheid essentiële aminozuren vaak relatief laag is.
  • RuBisCo is goed verteerbaar en heeft het een lage allergeniciteit.
  • In voedingsmiddelen is RuBisCo zeer geschikt als emulgator, schuim- en/of geleermiddel. RuBisCo is hierdoor een geschikt plantaardig alternatief voor kippenei-eiwit in producten.
  • Een limitatie van RuBisCo is dat het extractie- en zuiveringsproces vooralsnog arbeidsintensief is en dat het een relatief dure voedingsstof is. Er wordt onderzoek gedaan hoe de eiwitwinning uit het blad geoptimaliseerd kan worden.